Als je een nieuwe mountainbike koopt laat je alles goed afstellen, je zet je zadel op de juiste hoogte, pompt je banden op en gaat de paden op en de bossen in. Alles aan en op een mountainbike is belangrijk voor fietsplezier, comfort en veiligheid. Een helm, bril en handschoenen zijn belangrijk voor de berijder om zo min mogelijk schade op te lopen bij een mogelijke valpartij, maar wie denkt er aan de banden?
Banden zijn een heuse wetenschap geworden en ze zijn er voor droge, natte, modderige, rotsachtige en natte bosgrond omstandigheden. Daarnaast is er nog een verschil in de opbouw van het rubber, de breedte van de band en of je met een binnenband rijdt of zonder binnenband, het zogenaamde ‘tubeless’.
Laat ik beginnen met het verschil tussen rijden met een binnenband en een tubeless band. Ten eerste zijn de velgen van je wiel anders als je met tubeless banden rijdt. De randen van de velg moeten de band zonder binnenband volledig af kunnen sluiten zodat er geen lucht ontsnapt, hetgeen met een binnenband niet relevant is.
De binnenband zorgt ervoor dat de band op spanning blijft. Daarbij komt dat de tubeless band (dus) ook een andere rand of ‘beads’ heeft. Je kunt dit lezen op de verpakking als je nieuwe banden koopt.
Er is nog veel meer innovatie onder de mountainbike banden. Zo heeft elke band een ander noppenprofiel en ook een andere rubbercomponent.
Banden zijn vaak opgebouwd uit verschillende lagen. Bijvoorbeeld noppen over de ruggegraat van de band die hard en laag zijn om zo weinig mogelijk rolweerstand te hebben onder droge en harde omstandigheden, maar met wat grotere en zachtere noppen aan de weerszijden van de band, voor voldoende grip bij het ingaan van een bocht met snelheid. Zo wordt de snelheid bewaard en ook de veiligheid.
Banden voor in de modder hebben grote noppen die ver uit elkaar staan, zodat de grip goed is, maar ook zodat de modder snel van de band kan rollen en niet tussen de noppen blijft hangen.
Marathonbanden, voor grote afstanden met minder extreme obstakels als bij de XC wedstrijden, vragen om een andere rubber-combinatie. De coureurs zitten vaak 100 km op de fiets door wisselend terrein; een lage rolweerstand is gewenst, om energie te sparen, maar de grip moet wel goed zijn daar waar het nodig is. Dus, een harde toplaag, met zachte noppen aan de zijkant.
Dan is er ook nog de kwestie van de breedte van de band. De huidige Olympische kampioen, de fransman Julien Absalon reed altijd op de Python. Een inmiddels ‘legendarische’ band, met een breedte van 2.00 inch. Tot voor een aantal jaren was 2.00 de standaard voor de crosscountrybanden.
De ruige jongens en meisjes van de afdalingen, reden altijd al op banden met een diameter van 2.20 of 2.35 inch. Met hun snelheid en het belang van snel reageren was meer grip erg belangrijk. Ook de vaak wisselende omstandigheden in 4 minuten tijdens een afdaling (rotsen, bosgrond, wortels, sprongen, etc) vroegen om meer grip en daarmee controle over de fiets.
De laatste tijd zien we echter dat de brede banden ook in de andere disciplines gebruikt worden. Vier jaar geleden kreeg je voor een wedstrijd in gortdroog en rotsachtige terrein nog een band van 1.95 inch op je fiets. Smaller, dus lichter en volgens de experts, dus ook met minder rol-weerstand. Tegenwoordig zien we lichte banden van 2.20 inch en zelfs 2.4 inch met grote noppen. Iets zwaarder, maar comfortabel en veilig. De band doet haast het werk als je snel een bocht in wil en net zo snel weer uit wilt komen.
Banden zijn niet goedkoop, maar ook in Nederland is het verstandig om voor de droge (lees: zomerse) omstandigheden andere banden te gebruiken dan voor de winter.
Welke moet je kiezen? Dat is lastig. De mountainbikers met veel fietsjaren en ervaring weten wat ze willen, maar zijn door schade en schande wijs geworden. Een flinke valpartij of glijpartij geeft aan welke band niet werkt. Je merkt wanneer je niet op je gemak bent als je een bocht door gaat; je voelt dat je controle over de fiets minder is; je voelt je achterwiel wegslippen, of kunt in een beklimming niet mee omdat je band doorslipt. Veel is ervaring, helaas. Ik kan hier geen algemeen advies over geven. Banden op een nieuwe fiets zijn goed voor alle omstandigheden, maar niet perfect.
Zelf wissel ik twee keer per jaar mijn banden en voor een wedstrijd als de Roc d’Azur wil ik ook nog wel eens heel speciaal mijn banden wisselen. Dit doe ik niet twee dagen voor de wedstrijd, maar zeker een maand, zodat ik weer weet hoe de controle is, zodat ik voel hoe de band en dus de fiets reageert onder droge omstandigheden.
Wil je meer weten, kijk dan eens op de websites van Hutchinson, Vredestein, Schwalbe of Michelin.
(c) Shesports.nl
Heb je naar aanleiding van dit artikel een vraag aan Barbara over banden en/of mountainbiken? Stuur dan een mail naar redactie@shesports.nl.
Reageer
Je bent momenteel niet ingelogd, log in om een reactie achter te laten.