Op de vraag ‘Wat is nu eigenlijk doping?’ komen vaak heel verschillende antwoorden. De één heeft het over ‘stimulerende middelen’ of over ‘het gebruik van niet natuurlijke stoffen’ en een ander zegt ‘dat wat verboden is en op de dopinglijst staat’. Allemaal hebben ze een beetje gelijk.
De Nederlandse Dopingautoriteit geeft de volgende korte, simpele omschrijving van doping:
Stoffen en methoden die verboden zijn door het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA).”
Het gaat dus niet alleen maar om stoffen, maar ook zijn bepaalde methoden verboden. Maar eigenlijk is de definitie van doping nog breder. Doping kan voorkomen in de vorm van bloed, injectievloeistof of in pillen.
Officieel luidt de definitie van doping: Een overtreding van één of meer bepalingen uit het dopingreglement.
Deze bepalingen zijn:
· Aanwezigheid van verboden stof(fen) en/of verboden methode(n);
· (Poging tot) het gebruik van verboden stof(fen) en/of verboden methode(n);
· (Poging tot) gebrekkige medewerking;
· Gebrekkige informatieverstrekking;
· (Poging tot) manipuleren;
· (Poging tot) bezit;
· (Poging tot) handel;
· (Poging tot) toediening;
· Voor minder valide sporters geldt het verbod op ‘boosting’.
Deze definitie is opgesteld door WADA, het Wereld Anti-Doping Agentschap. Deze internationale anti-doping organisatie stelt jaarlijks de dopinglijst samen die op 1 januari van kracht wordt. Was er vroeger nog sprake van meerdere dopinglijsten, sinds 2003 bestaat er wereldwijd maar één dopinglijst: dé WADA-dopinglijst.
De Dopingautoriteit maakt een letterlijke vertaling van de dopinglijst, stelt bovendien een uitgebreide lijst op van verboden stoffen én een lijst van veel gebruikte toegestane geneesmiddelen. Alledrie de lijsten zijn op de website van de Dopingautoriteit te vinden. De lijsten worden ieder jaar aan topsporters, sportartsen, sportbonden en anderen bekendgemaakt.
Een stof of methode kan op de dopinglijst worden geplaatst indien deze aan minimaal twee van de volgende drie criteria voldoet:
1. (mogelijk) prestatiebevorderend;
2. (mogelijk) schadelijk voor de gezondheid;
3. in strijd met de ‘Spirit of Sport’.
Met ‘Spirit of Sport’ worden de normen en waarden van de sport bedoeld, zoals Fair Play.
De middelen en methoden die op de dopinglijst staan, kunnen ook vaak in de geneeskunde worden toegepast. Zo is bloeddoping een verboden methode, maar bij extreem bloedverlies bij een ongeluk is het geven van een bloedtransfusie van levensbelang.
Ook zijn er lichaamseigen stoffen, zoals het mannelijke geslachtshormoon testosteron en afgeleiden daarvan, die als doping kunnen worden gebruikt.
Niet alle (huis)artsen zijn op de hoogte van de dopingregels en de verplichtingen die deze met zich meebrengen voor de sporter. Daarom wordt aan sporters altijd aangeraden om de lijst van toegestane geneesmiddelen (zit in de dopingwaaier) altijd mee te nemen als de sporter naar de (huis)arts gaat.
Met behulp van deze lijst kan een sporter nagaan of een geneesmiddel dopinggeduide stof(fen) bevat. Als het geneesmiddel niet op de toegestane lijst staat, wordt geadviseerd om de team- of bondsarts te raadplegen of de Doping Infolijn te bellen of te mailen.
Voedingsupplementen, zoals eiwitpreparaten, vitamines en mineralen, die in Nederland worden verkocht zijn geen doping. In het buitenland kunnen dopinggeduide stoffen zoals DHEA, soms wel als voedingssupplement worden verkocht.
Voedingssupplementen kunnen verontreinigd zijn met doping. Dat komt omdat er bij de productie van voedingssupplementen minder strenge eisen worden gesteld aan hygiëne dan bij geneesmiddelen.
In fabrieken waar voedingssupplementen worden gemaakt, worden soms ook dopinggeduide stoffen verwerkt. Soms kan een grondstof van een voedingssupplement verontreinigd zijn met een dopinggeduide stof of de gebruikte apparatuur is niet goed gereinigd nadat er een dopinggeduide stof is verwerkt.
Wanneer dit het geval is, zal het voedingssupplement dus verontreinigd worden met het dopinggeduide middel. Hoewel het om kleine hoeveelheden gaat loopt een sporter wel het risico dat het middel bij de dopingcontrole wordt gevonden.
Kan een sporter dan nog wel gebruik maken van voedingssupplementen? Dat kan wel, maar hij/zij moet erop letten dat hij/zij dan een voedingssupplement kiest dat getest is op de aanwezigheid van doping. In Nederland kan een sporter nagaan of een voedingssupplement voldoet aan de eisen van de Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport, ofwel het NZVT.
Producenten van supplementen kunnen hun producten per partij of productie-eenheid, ook wel batch genoemd, aanbieden om te laten onderzoeken op de aanwezigheid van dopinggeduide stoffen.
Wanneer uit het onderzoek blijkt dat het aangeboden product geen dopinggeduide stoffen bevat, wordt de batch van dit product op de NZVT-lijst geplaatst. Sporters kunnen aan de hand van de combinatie van productnaam en batchnummer op de NZVT-lijst controleren of het product aan de NZVT-norm voldoet.
Dopingcontroleprocedure voorlichtingsfilm from 100% Dope Free on Vimeo.
(c) Shesports.nl / Dopingautoriteit.nl
Reageer
Je bent momenteel niet ingelogd, log in om een reactie achter te laten.