Ze hadden me nog zo gewaarschuwd. In de brief: reis alleen geschikt voor ervaren mountainbikers. Ik twijfelde. Ik heb veel gefietst, ook in de bergen, maar weinig mountainbikeervaring. Maar, zo verzekerde het reisbureau me: deze twee dagen buffelen langs de Bike Trail Tirol zullen ‘vast lukken’.
Oké dan. Ik hoop op mollige journalisten die veel wiskey drinken zodat ik ze lekker makkelijk bij kan houden, bedenk ik me stiekem, nogal onsportief.
Maar nu ik in de rij op Schiphol sta, achter drie afgetrainde, mannelijke reisgenoten die voor mountainbikewebsites schrijven, ‘het’ nog maar vijftien jaar doen en met uitgestreken gezichten praten over ‘gravity droppers’ en ‘enkelvoudige planetaire stelsels’, wordt de angstknoop in mijn buik ineens weer voelbaar.
Ik val met mijn neus in de boter: de groep bestaat uit elf mannen, één Oostenrijkse persdame, die als kleuter leerde fietsen... in de bergen. En ik.
Fietsdag één, na een overnachting in het übercoole Cube hotel waar elke designkamer een privé-fietsdrooghok heeft, begint met de stunt van een reisgenoot: even de trap voor het hotel af fietsen. ‘Eitje’, vindt een ander.
Maar als we even later via een brede steenslagweg en enkele smalle, steile bospaadjes onderaan een gondelbaan staan, blijken de mannen minder stoer dan hun waterproof mountainbikebroeken doen vermoeden. Tweederde neemt de gondel omhoog, inclusief ikzelf – om krachten te sparen.
Even later blijkt: als je het ergste verwacht, valt het mee. Het grootste deel van de eerste dag scheuren we over brede steenslagwegen en door makkelijke haarspeldbochten met een prachtig uitzicht, stunten we lekker risicoloos op een hobbelig graslandje en over rotsblokken langs de beek, en eten we onszelf rond en lui met grote borden knödels, spätzle en kaiserschmarrn.
Het meest uitdagende deel van de tocht is een lange haarspeldklim aan het einde van de dag, vijfhonderd meter omhoog, met volle maag en gebruikte benen. Ik bijt me zwijgend vast in het gestage zwoegen en ben niet eens als laatste boven bij onze berghut, het Karwendel Haus op 1765 meter.
Het fietsen op steenslagwegen bied alle kans om van het uitzicht te genieten, maar, zo vragen we ons af, waar blijft de kick, de adrenaline? Waar zijn de moeilijke, smalle rotsachtige paadjes, oftewel de single trails? Die zijn nooit ver weg in Tirol, ze zijn alleen geen onderdeel van de Bike Trail, dus gps of een gids is handig.
Wij hebben beide. Ik besluit dat ik mee moet voor dit artikel, maar ga al na twintig meter op het steile klauterpad op mijn smoel en kom weinig zachtzinnig in aanraking met een rotsblok, terwijl de mannen behendig uit zicht verdwijnen. Persdame Esther, fotograaf Martin en ik besluiten de normale route te nemen, oftewel de nu toch wat ruigere steenslagweg naar beneden.
Na een lange bonkige afdaling in de regen, en een nog langere klim omhoog, bovenaan de laatste afdaling, slaag ik er toch ineens in een smal, steil klauterpaadje zonder kleerscheuren af te fietsen. Ik krijg de smaak te pakken. We dalen met de hele groep het laatste stuk af over een van de steilste steenslagwegen die ik ooit gezien heb, zo steil dat ik een paar keer moet afstappen, maar waar ik meestal nét de bochten haal.
Time flies when you’re having fun: voor ik het weet zijn we beneden en scheuren we zonder remmen over het lange, rechte asfalt richting het turkooizen bergmeer Achensee. ‘Ik wil zwemmen!’, joel ik. We duiken in één beweging door in het water, met fietskleding en al, zonder twijfels of last van de kou. Ik lach breed. Geen ongelukken, geen doodsangsten, en toch dat stofje: adrenaline. Ik krijg bijna zin om te jodelen.
(c) Shesports.nl
Reageer
Je bent momenteel niet ingelogd, log in om een reactie achter te laten.