De zomer is eindelijk aangebroken! Het is heerlijk om buiten te zijn, maar sporten wordt een stuk lastiger. Hoe komt het dat je prestatievermogen afneemt en wat kun je hier tegen doen?
De hitte maakt het moeilijk om de kerntemperatuur van het lichaam op peil te houden. Het lichaam moet extra moeite doen om de warmte kwijt te raken. Dit doet je lichaam door bloedvaatjes in de huid verder open te zetten.
De warmte wordt aan de omgeving wordt afgegeven. Dit betekent dat er bij sporten in de warmte een herverdeling van het bloed plaatsvindt, waarbij er meer bloed door de huid en minder bloed door de spieren stroomt. De spieren krijgen dus minder zuurstof en voedingsstoffen via het langsstromende bloed en de afvalproducten zullen minder afgevoerd worden. Je prestatievermogen zal hierdoor afnemen.
Om je kerntemperatuur op peil te houden zul je bij warmte ook gaan zweten. Als dit zweet aan het lichaamsoppervlak verdampt, zal de huid en het warme bloed in de huidbloedvaatjes gekoeld worden. De verdamping van zweet is sterk afhankelijk van de relatieve luchtvochtigheid. Bij een hoge luchtvochtigheid verdampt het zweet veel moeilijker of zelfs helemaal niet meer. Hierdoor zal (een gedeelte van) het zweet van de huid afdruppelen, waardoor het "verkoelende" effect minder is. De warmtehuishouding kan dan in de problemen komen.
Om afname van je prestatievermogen te beperken zul je rustig moeten wennen aan de warmte. Het is belangrijk om acclimatisatietraining te doen. Acclimatisatietrainingen hebben een langere duur met intensiteit van 50 procent van het maximum of een korte duur met intensiteit van 75 procent van het maximum. Ga dus niet te hard van start! Langere of intensievere inspanningen versnellen het acclimatisatieproces namelijk niet.
Train de eerste dagen op lage intensiteit, daarna kan de inspanning in de hitte worden opgevoerd. Je kunt het beste de eerste dagen zware inspanning in de vroege ochtend of de late avond plannen. Doe je dit niet dan heb je kans om oververhit te raken of zelfs last te krijgen van een hitteberoerte.
Uiteraard zul je bij warmte ook meer vocht verliezen. Een negatieve vochtbalans (dehydratie) vermindert de prestatie. Sporters onderschatten vaak hun vochtbehoefte omdat ze vertrouwen op hun dorstgevoel.
Bij vochtverlies van één tot twee procent van het lichaamsgewicht zijn er al grote negatieve gevolgen voor de fysieke prestatie. Het dorstgevoel treedt pas op bij ongeveer 2 procent vochtverlies en kan bij zeer zware inspanning volledig afwezig zijn. De vereiste vochtinname tijdens hete dagen varieert tussen de vier (rust/lichte inspanning) en tien liter (zware inspanning) per dag. Voedsel met een hoog vochtgehalte kan hierin ook een bijdrage leveren.
Drink dus voldoende. Een goede dorstlesser helpt je de vochtbalans te herstellen. Door de toevoeging van natrium en koolhydraten wordt het sneller opgenomen en houd je het vocht langer vast. Kies bijvoorbeeld voor een poeder van Extran of Isostar dat je toe kunt voegen aan je water.
Drink zo min mogelijk alcohol, koffie en thee, deze dranken drijven het vocht af. Ook het gebruik van zouttabletten wordt sterk afgeraden, het kan darmklachten veroorzaken. Je kunt beter het zoutverlies aanvullen met zout uit natuurlijke voeding.
Drinken
Lees ook: Pas op voor oververhitting
(c) Shesports.nl
Reageer
Je bent momenteel niet ingelogd, log in om een reactie achter te laten.