Vorige week verscheen een opvallend bericht in het nieuws: hordeloopster Judith Vis krijgt de kans zich te kwalificeren als remster in de Nederlandse bob voor de Winterspelen in Vancouver. Shesports.nl sprak met de atlete over haar mogelijke carrièreswitch.
“Ik ben afgelopen jaren vaker gevraagd om in een bob plaats te nemen. Maar ik was toen nog zoveel bezig met atletiek, dat ik geen interesse had in een bobsleeavontuur. Ik heb twee maal mijn achillespees afgescheurd, de eerste keer rechts in 2004 en vervolgens links in 2007. Ik geloof niet meer dat het lukt om op internationaal niveau terug te keren in de atletiek.”
“Ik ben 29 jaar, ik wilde mijn blik verruimen. Op dat moment vroeg Esme Kamphuis, de stuurvrouw van de bob, of ik wilde testen. Daar heb ik toen 'ja' op gezegd. Ik ken Esme uit de atletiekwereld, ze was vroeger meerkampster. Esme heeft vorig jaar samen met Tine Veenstra de Olympische nominatie behaald voor de Olympische Spelen in Vancouver.”
“Ik ben in mijn leven maar één keer op wintersport geweest. Dat vond ik erg leuk, ik heb toen geskied. Ik heb ook een keer gesnowboard in Snowworld, wat wil zeker vaker gaan doen. Maar ik vond het nooit een prettige combinatie met atletiek.”
“Met bobsleeën heb ik op zich niet heel veel. Wat ik wel leuk vind is dat je het, in tegenstelling tot atletiek, met z'n tweeën moet doen. Ik houd wel van sport in teamverband, maar niet met al te veel mensen.”
“De remmer moet zo hard mogelijk de bob op gang duwen bij de start. De stuurvrouw helpt mee, maar de start van de remmer is heel belangrijk. Aan het einde moet de remster remmen. Dit betekent dat ze de bochten telt, elk parcours heeft een bepaald aantal bochten, na de laatste moet ze aan de rem trekken.
“Mijn taak als remster is een beetje hetzelfde als mijn taak bij atletiek, namelijk zo snel mogelijk van A naar B komen. Maar nu ben ik alleen verantwoordelijk voor de start, de rest is aan de stuurvrouw.”
“Ik ben explosief bij de start. Voor een bobsleester ben ik vrij wel. Ik ben ook sterk. Dat is niet per definitie een eigenschap van een hordeloopster, maar een persoonlijke kwaliteit.”
“Mijn houding bij het duwen kan beter. Ik moet lager zitten, maar omdat ik zo lang ben is dat wat moeilijker. Als je gestart bent verandert de positie van je hand. Dat moet geleidelijk gaan, terwijl je druk houdt op de bob. Dat lukt nog niet zo goed. Daarnaast moet ik, als de bob op gang, is afstand tot de bob bewaren en er niet te dicht op lopen.”
"Dat weet ik nog niet, het hangt er vanaf hoe snel ik mijn techniek onder de knie krijg. De andere meiden die in aanmerking komen hebben allemaal meerdere jaren duwervaring. Ik heb deze zomer één keer in Harderwijk op de trainingsbaan geduwd. Ik ben net terug van een week trainen met de meiden in Sestriere in Italië. Daar trainde ik voor het eerst op ijs. Dat is al mijn bobslee ervaring tot nu toe.”
"Op 21 en 22 september zijn er de olympische tests in Sestriere. We hebben starttests op de baan, dit gebeurt met behulp van elektronische tijdwaarneming. De twee snelste dames mogen naar de Olympische Spelen."
"Als ik de overtuiging had dat het zou kunnen dan had ik dat zeker gedaan. De revalidatieperioden na de twee achillespeesblessures hebben ontzettend lang geduurd. Dat was niet omdat ik te snel weer begonnen, maar omdat het zo'n vervelende blessure is. Ik heb twee keer een jaar moeten revalideren. In die jaren kon ik geen wedstrijden lopen. De blessures kwamen vrij snel achter elkaar. Bij hordelopen en ook bij de sprint zijn goede achillespezen van belang om hard te lopen. Ik weet niet of ik met mijn pezen dat aan zou kunnen.”
*Ik wilde niet de geschiedenis in gaan als de Judith Vis, het eeuwige talent dat stopte na twee keer haar achillespees te hebben gescheurd. Ik wilde graag afscheid nemen van de sport op een manier zoals ik dat wilde.”
© Shesports.nl
Reageer
Je bent momenteel niet ingelogd, log in om een reactie achter te laten.